Beslissingswedstrijd Sparta
'Wi'j binn now uut e fuift en dan beginn wi'j weer te foeteballen', zo kondigde Sportclub Nieuws in krom dialect aan. Maar Sportclubs leiding rekende, na twee kampioenschappen en het jubileum, op een rustig seizoen 1955/56 met een plaats in de middenmoot. De boog kan niet altijd gespannen staan. Bovendien haakten enkele 'vaste krachten' af. Zo besloten keeper Dirk de Lange en linksbuiten Marten van Dijk hun carrière af te bouwen in een lager elftal.
Beiden hadden twaalf seizoenen met zo'n 300 wedstrijden in het eerste gestaan. Afgewacht diende te worden hoe de vervangers, waaronder Reind Breman, zich hielden. De trainingen werden wat minder intensief en De Roos schafte de tactische besprekingen op vrijdagavond af.
Geheel volgens plan nestelde Sportclub zich aan de kop van de middenmoot. Maar naarmate het eind van de kompetitie naderde, sloop de ploeg steeds dichter naar koploper Sparta Enschede, dat het seizoen daarvoor nog degradatiekandidaat was. Het verschil werd zo klein, dat de 'koorts weer bij ons toesloeg', aldus Sportclub Nieuws. In de voorlaatste wedstrijd kwamen beide ploegen gelijk. Er was dus een beslissingswedstrijd nodig om uit te maken wie zich kampioen mocht noemen. Deze werd gespeeld in Nijverdal, op een woensdagavond. Harm Bonthuis vervolgt: 'De druk van de supporters op de spelers was groot. Op het werk en 's avonds steeds weer Sparta en Nijverdal. In overleg met de spelers werd besloten om 's middags met vier personenauto's te vertrekken. Zonder bekend te maken waarheen, hadden wij een ontspannen middag, een wandeling op de Holterberg en omgeving en tot slot een broodmaaltijd in 'Dalzicht' op de Nijverdalse berg. Wij genoten van de auto's met supporters uit Genemuiden, die langs reden en geen weet hadden van onze aanwezigheid daar.
De supporters zagen geen beste wedstrijd, de zenuwen waren aan beide zijden te gespannen. Beide ploegen knokten wel en daardoor bleef het spannend tot de laatste seconde. Sportclub won met 1-0 door een doelpunt van Johan Bakker, gescoord met een effectvol schot vanaf de vleugel. Sparta overwoog nog een protest in te dienen. Het meende dat het een penalty was onthouden. Maar na rijp beraad zag men daar toch vanaf. Zo kwam Sportclub voor de derde achtereenvolgende maal in de kompetitie om het landskampioenschap, nu met ARC Alphen aan de Rijn, Harkernase Boys en weer IJsselmeervogels en Quick Boys. Ook deze maal werd Sportclub derde.
Beslissingswedstrijd VVOG
Het jaar daarop (1956/57) ging de kampioensvlag weer in top. De strijd om de eerste plaats leek te gaan tussen DOVO Veenendaal en VVOG Harderwijk, maar Sportclub kwam ook dit jaar weer steeds dichterbij.
Het werd een spannende finale. Toen Sportclub nog twee wedstrijden te spelen had, was VVOG uitgespeeld, maar had vier punten meer. DOVO moest alleen nog tegen de groen-witten en had twee punten meer. Sportclub won de resterende wedstrijden, kwam dus naast VVOG en schakelde en passant DOVO uit.
De beslissingswedstrijd werd op een zaterdagmiddag in Zwolle gespeeld. VVOG was vol vertrouwen naar Zwolle gekomen. Het had Sportclub in de kompetitie tweemaal verslagen. Maar de 5500 toeschouwers zagen een prachtige wedstrijd van de groenwitten, die de titel grepen door met 3-0 te winnen. Alle doelpunten (makers: Henk Last, Harm van Dalfzen en Henk van Dalfzen) vielen in de tweede helft.
Bij een stand van 2-0 viel VVOG-keeper H. van Twist uit. Hij kwam in botsing met Harm Hoekman en leek daarbij een ernstige kaakblessure te hebben opgelopen. Na behandeling in het ziekenhuis bleek alles gelukkig mee te vallen en Van Twist kon met zijn ploegmakkers mee haar huis.
Geen landskampioenschapskompetitie
Voor het eerst in de 'kampioensreeks' was er voor Sportclub geen toernooi om het landskampioenschap. In West II was namelijk al een tweede klasse ingesteld en de kampioen daarvan was automatisch landskampioen.
Wat dat betekende voor de vereniging kunnen we illustreren aan wat koele cijfertjes. In de gewone kompetitie van 1956 beurde de penningmeester aan entreegelden 1.466,-. De landskampioenscompetitie 1955 leverde 2.117, op, die van 1956 zelfs 2.650,-! Natuurlijk waren er ook kosten, maar het batig saldo bleef aantrekkelijk.
Vandaar dat het bestuur voorstelde om een officieuze kompetitie in het leven te roepen. De (derde klasse) kampioenen van West I, Oost en Noord moesten tegen elkaar spelen. De winnaar daarvan zou dan de kampioen van West II mogen uitdagen. De andere clubs hadden echter te weinig belangstelling. De ploeg mocht nu wat 'bijverdienen' in nederlaagtoernooien enz.
Organisatorische veranderingen
1957 Bracht de vereniging nogal wat veranderingen op organisatorisch vlak. Oefenmeester Jan de Roos vertrok na vier succesvolle jaren, omdat hij van mening was, dat de verbintenis tussen klub en trainer niet te lang moet duren. Jan Stegeman volgde hem op. In 1958 was De Roos weer terug van weggeweest. Deze maal bleef hij tot 1961.
Ook in het bestuur kwamen nogal wat wijzigingen. Voorzitter Harm Bonthuis trad terug, zoals hij in 1954 al had aangekondigd. De leden haalden hem toen over nog een termijn aan te blijven in verband met het naderende verenigingsjubileum. Secretaris Wiebe de Boer vertrok naar Steenwijk.
De opengevallen plaatsen werden opgevuld door de benoeming van eerste elftalspeIer Teun van Unen en Jan van Dalfzen, die al jaren als 'hulppenningmeester' de ledenadministratie bijhield en de contributie inde. De taakverdeling binnen het bestuur werd grondig gewijzigd.
Het oudste bestuurslid Jan Eenkhoorn werd voorzitter, Jan van Dalfsen ('met een s', schreef hij zelf in de notulen) nam het secretariaat weer op zich. Dirk de Lange had in 1956 al het beheer van de financiën overgenomen van Marten Visscher, die het 'algeheel toezicht op de terreinen' (het was er toen nog maar één) op zich nam.
Het jaar daarop nam ook deze vertegenwoordiger van de oude garde afscheid.
In 1958 kreeg Sportclub ook officieel een jeugdcommissie. Tot dan was de begeleiding van de jeugd een zaak van het bestuur en de elftalcommissie die te hooi en te gras ook vrijwilligers inschakelden.
De bedoeling was om via de jeugdcommissie de begeleiding te verbeteren. Van de groep van vier man (voor vier elftallen) bleven er spoedig maar twee over: Berend Herssenberg en Hendrik Jan (de proeme) van Dalfsen. Onderbezetting bleef voorlopig het voornaamste kenmerk van de kommissie en daardoor bleef het effect zeer beperkt. Toch organiseerde de kommissie (met hulp van anderen) al in 1961 een reisje naar een KNVB - jeugd sportkamp. De kampweek werd daarna vaste traditie in Genemuiden.
Nog wat nieuws van het verenigingserf: het ledental groeide boven de tweehonderd. In oktober 1967 werd de magische grens bereikt.
Bekerhouder
In 1957/58 kwamen er twee derde klassen in district Oost, de eerste stap op weg naar een oostelijke tweede klasse. Die kwam in 1960, en toen pas kwam er weer een club uit Oost in de kompetitie om het landskampioenschap.
Sportclub kwam in de 'Twentse afdeling'. Het werd recht toe, recht aan voor de vijfde maal achtereen kampioen, twee punten voor op Sparta en vijf op DES. Het kampioenschap werd een feit in de thuiswedstrijd tegen deze Nijverdalse club, die de groen-witten met 3-1 wonnen.
Sportclub wierp zich dat jaar met verve op de strijd om de KNVB-beker zaterdagvoetbal. Het bereikte de halve finale door achtereenvolgens Urk, ONS Sneek, Excelsior Rijssen, Vroomshoopse Boys en DOVO Veenendaal uit te schakelen. In de halve finale stootte men op Ter Leede uit Sassenheim. Op neutraal terrein in Ermelo declasseerden de groen-witten deze tweede klasser volledig: 8-2.
De finale was 16 augustus(!) in Huizen, juist op de verjaardag van Dirk Beens. Tegenstander was ARC uit Alphen aan de Rijn, bekend van de derde landskampioenschap kompetitie, maar nog meer als 'de club van Tiempe Last'. Sportclub won ook van deze tweede klasser met forse cijfers: 5-0 en ontving de beker uit handen van 'zaterdagvoorzitter' Fokke Remmers.
Beslissingswedstrijd DOVO
In 1958/59 werd Sportclub ingedeeld in de 'Veluwse' derde klasse. Ook hier nam het fier de kop. Na zestien van de twintig wedstrijden hadden de groen-witten een voorsprong van vier punten op concurrent DOVO.
Sportclub was op dat moment 53 officiële wedstrijden achtereen ongeslagen. DOVO brak dat record door op 30 juni 1959 Sportclub met 3-1 te verslaan. Een week later won ook WHC met 3-1 en op dat moment kwam DOVO langszij. Beide ploegen maakten geen fout meer en eindigden samen bovenaan, negen punten boven WHC. De beslissingswedstrijd om het kampioenschap werd in Ermelo gespeeld. Het werd een van de meest bewogen wedstrijden uit Sportclubs geschiedenis en ook wel van DOVO. Tien jaar later kwam een DOVO - supporter er nog op terug in Sportclub Nieuws. Scheidsrechter Tientjes gaf DOVO binnen tien minuten twee penalty's, die tumult langs en binnen de lijn veroorzaakten. Bertus Kroesbergen en Klaas van Hal misten. Mede daardoor won Sportclub met 3-2. Het zesde achtereenvolgende kampioenschap was een feit.
De ploeg kwam ook dit jaar in de finale om de KNVB-beker. De groen-witten schakelden achtereenvolgens uit: GVVV Veenendaal, CSV Zwolle, Oranje Nassau Alme10, Spakenburg en Achilles Enschede. In de finale stootte men weer op ARC. De mannen uit Alphen wonnen deze keer met 3-1.
Harm van Dalfzen prof
Sportclub moest het na dit jaar zonder Harm van Dalfzen doen. De kleine midvoor debuteerde al op 15-jarige leeftijd in het eerste elftal. Dit had in die tijd nogal wat problemen met de afwerking, terwijl Harm juist bij de junioren gemakkelijk en veel scoorde. Hij debuteerde in oktober 1953 in de wedstrijd tegen DES. AI snel bewees hij zijn waarde ook in Sportclubs keurtroep en zelfs daarbuiten.
Harm kwam al spoedig bij de selectiegroep van het Oostelijk elftal en het Nationale team, samen met neef Henk van Dalfzen.
Beiden bezorgden Sportclub in die periode veel goede publiciteit.
Sportclub werd voor velen in den lande de 'club van de Van Dalfzens', waarbij dan gemakshalve de inbreng van de andere spelers vergeten werd.
In 1959 drong Harm als eerste zaterdagamateur door in het Nationale amateur-elftal (in die tijd met een gescheiden zondag en zaterdag sectie eigenlijk: zondagamateurselftal).
Het kon niet uitblijven dat semi - profclubs belangstelling gingen tonen voor deze speler. In 1957 waren er al geruchten over een overgang, in 1958 kwamen er veel aanbiedingen, maar pas in 1959 tekende hij zijn eerste contract. In overleg met Jan de Roos koos hij PEC als springplank voor een verdere carrière als voetballer.
Die kwam overigens niet geheel uit de verf. Vlak voor zijn vertrek naar PEC liep Harm een knieblessure op, die hem veel parten heeft gespeeld. De blessure kreeg hij in de bekerwedstrijd tegen Oranje Nassau. Ze was zo ernstig, dat hij datzelfde jaar nog moest worden geopereerd.
Sportclub had het geluk, dat het elftal drastisch verjongde. Daardoor kon het deze aderlating relatief gemakkelijk opvangen. Alleen Henk van Dijk en Dirk Jan Beens handhaafden zich ondanks hun jaren. Ook de Elftal kommissie kreeg jongere leden.
Tweede klasser
Het jaar daarop (1959/60) nam DOVO op sportieve wijze revanche voor de nederlaag in de beslissingswedstrijd van Ermelo. De Veenendalers stevenden deze maal recht op het kampioenschap af. Ze wonnen ook de beker, na Sportclub in de kwartfinale terug te hebben gewezen.
Sportclub smaakte niettemin het genoegen de nieuwe kampioen in de laatste competitiewedstrijd te verslaan. Mede daardoor eindigden de Genemuider voetballers op de derde plaats. Die prestatie was voldoende om zich te plaatsen voor de nieuw te vormen tweede klasse. De eerste vijf van beide derde klassen gingen over.
Algehele tevredenheid dus in Genemuiden, ondanks het ontbreken van een kampioenschap en -kampioensreceptie, die Sportclub Nieuws met wat overdrijving 'zo langzamerhand net zo traditioneel als de Biestemerk' noemde.
Totowinnaar
In 1960 telde Genemuiden een totowinnaar. Harm Kolk, jarenlang vaste grensrechter bij de klub, vulde samen met Dirk Tuinman het gouden rijtje in. Ze moesten de prijs delen, maar die was juist extra groot omdat door de winterse omstandigheden de week daarvoor het voetbalprogramma werd afgelast. Men kende toen nog niet het systeem van vervangende uitslagen en bij afgelasting bleef de 'pot' gewoon staan tot de volgende week.
Het betekende wel een stimulans voor de Sportclubtoto, die drie, vier jaar daarvoor was gaan draaien. Als lid van de (neutrale) Vereniging van Zaterdag clubs had men geen bedenkingen tegen de pool, zoals de Christelijke VCV die wel had.
De opbrengst bleek een hoogst welkome steun voor het verenigingsbudget.
Weer kampioen
In de tweede klasse begon Sportclub uitstekend. Het eerste seizoen greep het dadelijk weer de oostelijke titel, twee punten voor op DES en vier op DOSK. Deze keer kwam Sportclub weer uit in de kompetitie om het landskampioenschap. Tegenstanders waren beide westelijke kampioenen Huizen en 's-Gravenzandse SV. De Genemuider voetballers waren dit maal niet erg gelukkig.
Op Tweede Pinksterdag speelden ze bijvoorbeeld thuis tegen Huizen. Voor een groot publiek stormde Sportclub de hele wedstrijd, maar verloor met 1-2.
Andere shirts
Het jaar daarop kreeg Genemuiden een andere trainer. Jan de Roos vertrok weer, nu echter voor lange tijd. Hij werd opgevolgd door H.J. Spijkerman, ook een Zwollenaar, maar niet afkomstig van PEC, maar van ZAC.
Het eerste werd ook de verticale groen-witte streep ontrouw. Op een emotionele extra ledenvergadering boven kafé 't Centrum stemde een meerderheid er voor, dat het eerste ook in een ander tenue mocht aantreden.
Het bestuur was een felle tegenstander en wilde aanvankelijk de uitslag niet erkennen. Met name Jan van Dalfsen vond, dat een dergelijk besluit tegen de statuten indruiste en de voorstanders hadden juist geen tweederde meerderheid. De KNVB werd zelfs geconsulteerd en die vond een normale stemmenmeerderheid in deze zaak voldoende.
Wel kondigde het bestuur aan nooit shirts ter beschikking te stellen die afweken van het traditionele patroon. Dat 'nooit' duurde maar enkele seizoenen. Hoe dan ook, twee weken later speelde het eerste in het wit-met-een-groene-hals, in eigen beheer aangeschaft.
Herkansing
Na de kompetitie 1961/62 kreeg Sportclub wat het landskampioenschap betreft een herkansing. Een goede start bracht Sportclub in feite al buiten bereik van de andere clubs. Het eindigde twee punten boven DOVO en zeven boven DOSK. Het tweede en derde maakten dit eerste jaar voor Spijkerman een volledig succes: ook deze elftallen werden kampioen.
De groen-witten kwamen uit tegen de westelijke kampioenen Spakenburg en Quick Boys. Sportclub had uitzicht op de titel, maar verloor de laatste wedstrijd in Katwijk met 2-1 en belandde zo op de tweede plaats met vier punten uit vier wedstrijden.
Die wedstrijd in Katwijk -op 16 juni 1962 was de laatste maal dat Sportclub uitkwam in de strijd om het landskampioenschap. Na tien kampioenschappen sinds 1945, waarvan acht in negen jaar, begon de terugval. Sportclub verdween geleidelijk uit de oostelijke top.
Het tweede
Daarmee is het verhaal over deze periode eigenlijk ten einde wat het eerste elftal betreft. Ook Sportclubs tweede deed in dit tijdvak van zich spreken. In 1952, dus al voor de glansperiode van het eerste, greep het al de titel in de reserve klasse van de Afdeling Zwolle. Het verloor alleen beide wedstrijden tegen Go-Ahead 2, dat in 1951 kampioen werd, ondanks twee nederlagen tegen Sportclub 2. Onze reserves vierden hun kampioenschap met een daverend feest in het Weeshuis. Ook burgemeester Hamer gaf hier blijk van zijn belangstelling.
Het jaar daarop werd ons tweede tweede. Het eindigde gelijk met Go-Ahead 2, dat Sportclub Nieuws in die periode 'de enige echte tegenstander van onze reserves' noemde. De Kampenaren wonnen de beslissingswedstrijd met maar liefst 7-2. Ze stonden na tien minuten al met 3-0 voor!
Het derde maakte dat jaar veel goed door te promoveren naar de tweede klasse, na promotiewedstrijden tegen WVF 3.
In 1954 werd het tweede weer kampioen. Met nog de wedstrijd tegen WVF 2 voor de boeg stond het één punt achter op het al uitgespeelde Hatto-Heim 2. De wedstrijd in Westenholte werd keer op keer uitgesteld. Uiteindelijk greep het tweede de titel via een 7 -1 winst.
De kersverse kampioenen werden ook bekerhouder van de Afdeling. In de finale wonnen ze met 3-1 van CSV Zwolle na eerst Go-Ahead 2 (4-0), Urk (n.o.), Wilsurn (4-0) en DESZ te hebben uitgeschakeld.
In 1955 werd Sportclub 2 weer kampioen 'ongeslagen op die ene nederlaag tegen DOSK 2 na', aldus Sportclub Nieuws. De groen-witten behaalden zeven punten voorsprong in zestien wedstrijden. Het veroverde zo een plaats bij de eerste klasse van de standaardelftallen van de Afdeling, die onder druk o.a. vanuit Genemuiden, daarin één plaats voor reserve-elftallen beschikbaar stelde.
Het tweede besloot bij die gelegenheid ook het stopperspilsysteem in te voeren. Men kreeg wat extra oefening doordat het eerste doordrong in de kompetitie om het landskampioenschap. Onder de naam 'Sportclub combinatie' nam het tweede elftal verplichtingen van het eerste over en deed dat niet gek: zo versloeg het bij de jubileumseriewedstrijden van IJVV vierde klasser Go-Ahead met 1-0 en DESZ met 4-1.
Temidden van standaardelftallen als Urk, DESZ, WZC en IJVV sloeg Sportclub 2 dan ook geen raar figuur. Integendeel, het greep dadelijk de titel met drie punten voorsprong op DESZ. De 'Sluzegers' promoveerden naar de KNVB, kampioen Sportclub 2... ging terug!
De Afdeling had namelijk bepaald, dat er maar één reserve-elftal in de standaardklasse mocht uitkomen. Dat moest aan het eind van het seizoen zijn plaats verdedigen tegen de kampioen van de reserves.
In 1956 was dat Go-Ahead 2.
Sportclub 2, verzwakt door invallers, verloor thuis met 1-6, maar won uit met 1-2. Er was een derde beslissingswedstrijd nodig. De Kampenaren namen in de eerste helft een 4-0 voorsprong, maar de groen-witten kwamen langszij: 4-4.
De eerste verlenging van 7,5 minuut gaf veel sensatie: Go-Ahead miste eerst een penalty, terwijl Gaitien Roeten wel doelpuntte, maar net in het eindsignaal. In de tweede verlenging scoorde Go-Ahead en won dus met 5-4.
Het competitieslot werd helemaal geen sukses. In de strijd om de Afdelingsbeker sneuvelde Sportclub 2 al in de poule die de voorronde vormde.
Het jaar daarop zette het tweede de Heen en Weer in werking. Hoewel het volgens Sportclub Nieuws 'niet in alle wedstrijden een kampioensvorm demonstreerde' greep het de titel en nam na de beslissingswedstrijden de plaats in de standaardklasseweer in.
In 1958 werd het daar weer kampioen, twee punten voor op WVF en drie op IJVV en WZC, in 1959 eindigde het met één punt achter kampioen Tuinders (nu HTC) op de tweede plaats.
Daarna beëindigde de Afdeling het experiment met een reserveteam te midden van standaardelftallen. Sportclub 2 werd in 1959/60 weer ingedeeld bij de andere tweede elftallen. Het verloor nogal wat punten aan harde tegenstanders, maar werd toch kampioen, een punt voor op WHC 2
In 1961 eindigde men twee punten achter WHC 2, dat toen de titel greep.
In 1962 greep Sportclub 2 weer de 'double'. Ze haalde het kampioenschap binnen door een 1-1 gelijkspel tegen concurrent Owios 2. In de week daarop versloeg Sportclub dezelfde tegenstander in de bekerfinale, die op het IJVV-terrein werd gespeeld, met 1-0. In beide gevallen doelpuntte Marten van der Haar.
Daarna daalde ook de ster van Sportclub 2.